
Wie keto doet, heeft vast wel eens gehoord van insuline. Vaak hoor je dat je je insuline laag moet houden en dat je van insuline dik wordt of dat insuline je aderen kan beschadigen, wat tot hartproblemen kan leiden. Dat is allemaal waar, maar toch is het wel belangrijk om te weten dat insuline desondanks een heel fijn hormoon is. In de juiste hoeveelheid wil je heel graag insuline in je lichaam hebben.
Je kan insuline zien als een soort van postbode die enkel het bericht bezorgt dat er gebouwd moet worden.
Insuline gaat naar de cellen en brengt de opdracht om groter te worden, sterker te worden, of om voedingsstoffen op te slaan.
Zonder insuline verhongeren je cellen.
Zonder insuline is er geen spiergroei mogelijk.
Insuline is de sleutel die de cel doet openen zodat er wat in kan.
Je lichaam wordt voortdurend vernieuwd en insuline speelt hier een belangrijke rol in de (her-)opbouw.
Eén van de functies van insuline is ook de opslag van energie in de cellen, in de vorm van vet. Dit betekent dus dat je aan gaat komen in gewicht. Hoe meer insuline, hoe meer je opslaat en hoe minder je afbreekt. Daarom proberen we bij keto om de insuline laag genoeg te houden. Je valt pas af als de insuline laag genoeg is.
Insuline breng je omlaag door weinig koolhydraten te eten; precies wat we bij keto doen dus.
Je hoeft overigens niet bang te zijn dat je te weinig insuline aan gaat maken. Steeds als je eet, wordt er wat insuline aangemaakt. Bij vet is dat minimaal en bij koolhydraten heel veel. Proteïne zit daar tussen in en is afhankelijk van de hoeveelheid proteïne die je eet. Eet je precies genoeg dan wordt het gebruikt voor de opbouw van je lichaam (bv spieren). Eet je meer proteïne dan je lichaam nodig heeft voor de opbouw, dan wordt er meer insuline vrij gemaakt en wordt de proteïne opgeslagen als vet. Van teveel proteïne kom je dus ook aan. Ook wanneer je proteïne met veel koolhydraten combineert, kom je aan.
Vet is de macronutriënt die de minste insuline vrij maakt. Hierdoor wordt vet niet snel als vet opgeslagen, maar wordt eerder in energie omgezet. Ga je echter veel koolhydraten aan je vet toevoegen (in bijv. een donut) dan wordt er wel veel insuline vrij gemaakt en zal ook het vet opgeslagen worden (gewichtstoename).
Insuline doet dus hele mooie, opbouwende dingen in je lichaam. Je wilt er alleen niet te veel van. Dat bereik je door koolhydraten te beperken en proteïne in de juiste hoeveelheid te eten, maar er is nog een trucje en deze is erg krachtig.
Elke keer dat je eet, maak je insuline aan. Het duurt enkele uren voor die insuline weer uit je lichaam is. Hoe langer je niet eet, hoe minder insuline en hoe meer tijd je lichaam heeft om weer in balans te komen.
Er moet namelijk niet alleen maar gebouwd en opgeslagen worden. We willen de opgeslagen nutriënten ook gebruiken. Cellen moeten afgebroken worden, zodat ze vervangen kunnen worden door frisse, nieuwe cellen. En opgeslagen vet willen we in energie omzetten.
Dit gebeurt niet in de eerste uren nadat je iets eet, want dan zit er nog teveel insuline in je bloed. Dit gebeurt ‘s nachts, als je urenlang niet eet. En dit gebeurt overdag, als je urenlang niet eet. En dát is de truc. We noemen dat Intermittend Fasting.
We eten zo’n 2 à 3 keer per dag en snacken niks tussendoor. Je lichaam is daar heel blij mee.
Met keto en Intermittend Fasting gebruik je insuline als het wonderlijke instrument waar het voor bedoeld was.

