
Ketogriep. Bijna iedereen die start met keto krijgt er vroeg of laat mee te maken. Meestal rond dag twee of drie. Je bent gemotiveerd, je doet precies wat je moet doen, en ineens voel je je… niet geweldig. Dat kan best onzeker maken. Zeker als je net hoopte dat je je beter zou gaan voelen.
Hoe voelt het eigenlijk?
De meeste mensen beschrijven het als een soort lichte griep. Hoofdpijn. Een wat mistig hoofd. Moe terwijl je genoeg hebt geslapen. Soms wat misselijk. Spieren die slap aanvoelen. Duizelig als je opstaat. Je kunt wat kortaf reageren of je gewoon “niet helemaal jezelf” voelen. Alsof je lichaam even tegenwerkt.
Herken je dit in de eerste week? Dan zit je waarschijnlijk gewoon midden in de omschakeling.
Want dat is wat het is.
Ketogriep is geen echte griep. Je bent niet ziek. Je lichaam is aan het schakelen van suikerverbranding naar vetverbranding. Jarenlang draaide je vooral op glucose. Je at koolhydraten, je insuline ging omhoog, en je lichaam gebruikte die snelle brandstof. Nu haal je de koolhydraten omlaag. Je insuline daalt. En je lichaam moet opnieuw leren hoe het vet als primaire energiebron inzet.
Dat kost even tijd.
En ondertussen gebeurt er nog iets belangrijks. Door de daling van insuline houd je minder vocht vast. Dat is fijn, want je raakt overtollig vocht kwijt. Maar je verliest daarmee ook elektrolyten. Vooral natrium. En vaak ook kalium. En daar komen veel van die klachten vandaan.
Heel eerlijk? Ketogriep is vaak gewoon een zouttekort.
Je metabolisme is gewend geraakt aan een constante stroom koolhydraten. Haal je die weg, dan ontstaat er tijdelijk een energiedip. Je lichaam moet enzymen aanzetten die vet kunnen verbranden en ketonen kunnen maken. Dat gaat niet van de ene op de andere dag. Zie het als een motor die jarenlang op één soort brandstof heeft gelopen en nu moet overschakelen. Dat systeem moet even warm draaien.
Voor de meeste mensen duurt dit een paar dagen tot maximaal een week. En dan gebeurt er iets moois. Rond dag acht tot veertien wordt het hoofd helderder. De energie stabieler. De honger rustiger. Dat is het moment waarop je lichaam echt begint te draaien op vet.
Wat kun je doen?
Zout. Echt. Wees daar niet zuinig mee. Voeg royaal zout toe aan je maaltijden. Drink een kop goede bouillon. Het is bijna verbazingwekkend hoeveel klachten daar al van verdwijnen.
Drink voldoende water, maar overdrijf het niet. Alleen maar water drinken zonder zout kan je juist verder uit balans brengen.
Let ook op kalium. Door het vochtverlies daalt dat vaak mee. Avocado is hier prachtig voor (maak eens guacamole). Spinazie ook. Zalm is een mooie, makkelijke optie. Soms merk je dat je je al binnen een dag stabieler voelt als je hier bewuster mee omgaat.
En eet genoeg vet in de eerste weken. Dit is niet het moment om bang te zijn voor vet of om stiekem te weinig te eten. Je lichaam moet voelen dat er voldoende brandstof beschikbaar is. Anders maak je de overgang zwaarder dan nodig.
Gun jezelf ook rust. Verwacht niet dat je meteen op topniveau functioneert. Je lijf is aan het herprogrammeren.
En misschien wel het belangrijkste: raak niet in paniek. Ketogriep betekent meestal niet dat keto niet voor jou werkt. Het betekent vaak juist dat je insuline daalt en je metabolisme aan het verschuiven is.
Deze fase is tijdelijk. Wat erna komt, is meestal veel stabieler dan hoe je je daarvoor voelde. Minder honger. Minder trek. Meer rust in je lijf.
Geef je lichaam gewoon even de tijd om te schakelen. Dat is alles.

